Main Menu

Monumentaal Gouda

Gouda, getuigenis van een rijke historie 

Gouda is een echte middeleeuwse stad en met name rondom de Sint Jan en in het zuidelijke deel van de stad waan je je nog in vroeger eeuwen.

 

Oorsprong

In de dertiende eeuw, mogelijk al een of twee eeuwen eerder, vestigden de Heren van der Goude zich in het gebied dat nu Gouda heet. Deze ridderfamilie startte van hieruit de ontginningen van het omliggende land. Hun hof was gevestigd ter plaatse van de huidige Jeruzalemstraat en de Molenwerf. Waar nu het Streekarchief Midden-Holland staat, bevonden zich woonhuizen, boerderijen, stallen en boomgaarden met in de nabije omgeving een motte en een hofkapel. De motte – een kunstmatig opgeworpen vluchtburg – is nog altijd te herkennen in de omgrachte Molenwerf. De hofkapel was de voorganger van de huidige Sint Janskerk.

In het eerste kwart van de dertiende eeuw werd de rivier de Gouwe vanaf Boskoop, waar de rivier ontsprong, door middel van een brede vaart verbonden met de Oude Rijn in het noorden. Daardoor kwam Gouda op een zeer gunstige handelsroute te liggen. De bevolking maakte daar dankbaar gebruik van en werd daarin gesteund door graaf Floris V. Hij verleende de snel groeiende nederzetting al in 1272 stadsrechten. Bovendien verplichtte hij alle schepen die door Holland wilden varen in het vervolg via Gouda te varen. Vooral het gedwongen oponthoud in de stad bezorgde de Goudse burgerij veel inkomsten.

Tegen 1300, toen Gouda gestaag groeide, stierf de familie Van der Goude in mannelijke lijn uit. De heerlijkheid Gouda kreeg echter een nieuwe stadsheer in de persoon van Jan van Henegouwen, de steenrijke en zeer aanzienlijke broer van de Hollandse graaf. De motte, die geen strategisch belang had, werd in de loop van de veertiende eeuw afgegraven en er werd een straat overheen gelegd, de nog bestaande Molenwerf. De hofkapel werd verbouwd tot parochiekerk.

Het welvarende Gouda zorgde rond 1350 voor een doeltreffende verdedigingslinie. In enkele jaren werd het gebied van de huidige binnenstad volledig omgracht, omwald en gedeeltelijk ommuurd. Gouda kreeg acht stadspoorten, waarvan er vijf in de loop der eeuwen uitgroeiden tot imposante bouwwerken. Vooral het IJsselfront was met vier stadspoorten, het tolhuis van de graaf en het in 1361 nieuw gebouwde kasteel van de stadsheer zeer indrukwekkend.

Een belangrijke bron van inkomsten voor de middeleeuwse stad vormden de vele bierbrouwerijen. Het Goudse bier genoot een grote faam en werd vooral naar Vlaamse steden als Gent en Brugge geëxporteerd. De inkomsten uit de binnenvaart en de brouwerij maakten dat Gouda in belangrijkheid toen een vijfde positie innam onder de Hollandse steden.

Van die roemruchte periode uit de geschiedenis van de stad zijn nog veel sporen bewaard gebleven, zoals het stadhuis, het Catharinagasthuis (thans Museum GoudA) en de Sint-Janskerk met zijn wereldberoemde beglazing. Maar ook achter veel ‘jonge’ gevels uit later eeuwen gaan nog steeds middeleeuwse huizen schuil.

Latere tijden

Al in de middeleeuwen was Gouda een stad van vrijdenkers. De beroemdste Gouwenaar uit die tijd was Erasmus, die hier een belangrijk deel van zijn opleiding genoot. In de zestiende eeuw en vooral in het begin van de Reformatie stond Gouda bekend als gematigde stad, waar het stadsbestuur decennialang waakte over het humanistische en tolerante gedachtengoed. Vrijdenkers als Coornhert, die elders verbannen werden, vonden hier een veilig onderdak.

Economisch gezien ging het echter snel bergafwaarts met de stad. De Gouden Eeuw was voor Gouda lang niet zo succesvol als voor andere steden. Toch kwamen er enkele mooie staaltjes van architectuur tot stand, zoals de Goudse waag van Pieter Post (1668) en de voorgevel van het Catharinagasthuis (1665).

In de achttiende eeuw verpauperde de stad in hoog tempo nog verder. Op enkele stadspaleisjes na kent de stad uit deze periode niet veel indrukwekkende gebouwen.

Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw herstelde de economie van de stad zich en groeide Gouda uit tot een echte arbeidersstad. Uit het einde van die eeuw zijn enkele markante fabriekscomplexen bewaard gebleven. Ook de Jongere Bouwkunst, uit de periode 1850-1940, is goed vertegenwoordigd. Van deze categorie zijn de meest uitlopende voorbeelden bewaard gebleven. Van arbeiderswoningen tot een stadspark met vrijstaande woningen voor de elite. Van een door de bevolking bij elkaar gespaard zwembad tot een stoere brandweerkazerne.

Lees hier de beschrijving van Goudse monumenten.

Informatie

Contact

Stichting Open Monumentendag Gouda
Kamgras 6
2804 NR Gouda